info@hbeter.nl

Onze blog

Schoolregels? Nergens voor nodig!

Januari 2007


Ik zit in de derde klas van de middelbare school en het eerste grote kiesmoment is aangebroken: het vakkenpakket. Hierover heb ik een gesprekje met onze decaan. Wat mijn plannen zijn? Nou, ik wil graag een Natuur&Gezondheid profiel. Als taal kies ik Frans, of nee Duits… Eigenlijk wil ik graag beide talen doen. In de vierde is dat bij ons sowieso verplicht, dus dit is een probleem voor later. Toch is er ook nu al een probleem: ik wil graag economie én management & organisatie in de vrije ruimte doen. Dat is volgens de decaan nergens voor nodig. Het is te druk, past niet in het rooster en het is sowieso niet zinvol. Meer dan twee extra vakken? Dat wil er op school niet in. Maar ik houd vol, want dit wil ik echt heel graag…

Mei 2007

Ik heb voet bij stuk gehouden, maar dat de decaan het er nog niet mee eens is merk ik vandaag. De stagiaire haalt me uit de klas om het hier nog eens over te hebben. Wat ik dan van plan ben? Nou, dat heb ik dus al gezegd: economie én management & organisatie in de vrije ruimte. “Dat past niet in het rooster.” O, nou. Ik vind het prima als ik een uurtje minder kan volgen, daar kom ik wel uit. “De vakken lijken op elkaar, dus het is niet nodig.” Dat snap ik, maar ik vind ze allebei interessant en precies hetzelfde zijn ze heus niet. Het verzet wordt gestaakt en ik ga inderdaad beide vakken doen. Blijken die regels tóch buigzaam.

April 2009

Ik ben het beu op school. Echt, helemaal beu. Het is saai en ik doe liever een ander profiel. Geen goed idee, volgens mijn moeder. Maar misschien kan ik die andere vakken er gewoon bij doen? Hmm, ja! Mijn mentor neemt het voor me op en als ik naar mijn decaan (een andere) ga vindt hij het een goed idee. Die drie vakken extra, die zet hij meteen even in het systeem. En trouwens: “We hebben het er wel eens over gehad dat je misschien wat extra uitdaging nodig had, ik ben blij dat je dat nu gaat doen”. Fijn, ze raken aan mijn gekkigheden gewend.

September 2010

Het nieuwe schooljaar begint en ik word uitgenodigd op de kamer van de jaarlaagcoördinator. Daar krijg ik het rooster van alle zesde klassen in mijn handen gedrukt. Ik mag mijn rooster grotendeels zelf samenstellen! Er zijn wel een paar randvoorwaarden aan verbonden:

  • Ieder vak ten minste één uur in de week volgen, om contact met de docent te houden
  • Net zoveel uren op school doorbrengen als de andere leerlingen
  • Drie extra studie-uren inplannen, maar niet in een eerste of laatste uur

Dit was het mooiste wat mij in mijn middelbare schooltijd is overkomen. De vrijheid om mijn eigen leren te reguleren. De verantwoordelijkheid om zélf te besluiten of ik veel of weinig uren van een vak nodig had. De docenten die mij allemaal serieus namen en constructief naar oplossingen zochten als er bijvoorbeeld toetsen samenvielen. En mijn cijfers? Die stegen van een krappe zeven naar een acht gemiddeld.

Die schoolregels waren dus echt nergens voor nodig!

Door: Ellen Sinot

Absoluut vs. relatief onderpresteren

absoluut vs relatief onderpresterenEen onderpresteerder: iedereen heeft er wel een beeld bij. Het is dat ene kind dat altijd onvoldoendes haalt, maar waarvan je wéét dat hij eigenlijk beter kan. Maar er zijn ook kinderen die onderpresteren zonder dat we dat meteen merken, omdat ze niet aan het klassieke plaatje in ons hoofd voldoen. Om te begrijpen waarom zo’n grote groep onderpresteerders niet gezien wordt, is het goed om te kijken naar de twee grondvormen van onderpresteren.

Absoluut onderpresteren

Een kind dat absoluut onderpresteert, doet het zonder twijfel slecht op school. De resultaten die het kind behaalt liggen qua niveau aan de onderkant van de klas of leeftijdsgroep. Wie zo’n kind tegenkomt in de klas is al snel alert: waar komen de slechte resultaten vandaan? Kan dit kind niet méér? De enige echte valkuil bij het herkennen van absolute onderpresteerders is dat je niet in de gaten hebt dat een kind tot meer in staat is dan het laat zien. Voor leerkrachten zijn de ouders daarom een waardevolle bron van informatie. Zij zien het kind immers ook buiten de schoolsetting en zijn daarom beter in staat om in te schatten of het kind onderpresteert op school.

Relatief onderpresteren

Relatief onderpresteren is veel lastiger te herkennen. Met de prestaties van een relatieve onderpresteerder is namelijk niet zoveel mis. Ze behalen cijfers die rond het gemiddelde van de klas liggen of zelfs een stuk daarboven. Het kind presteert dus niet zozeer minder dan andere kinderen, maar alleen minder dan waar het toe in staat is. Zelfs een kind dat alleen maar tienen scoort kan dus toch een relatieve onderpresteerder blijken, als het niet op een juist niveau getoetst wordt.

Stel je voor dat je een rekentoets moest maken: optellen en aftrekken tot 20. 1+1=? 16-5=? 8+3=? Daar behaal je ongetwijfeld de maximale score. Maar toch presteer je niet op je eigen niveau.

Kinderen die relatief onderpresteren zijn lastiger te herkennen. Jongens willen nog wel eens uit verveling storend gedrag vertonen, waardoor ze eruit gepikt worden. Meisjes zijn vaak wat dromiger of verlegen en worden daarom niet opgemerkt. Als leerkracht is het al snel makkelijk om te denken dat het kind gewoon geen hoogvlieger is (per slot van rekening kan niet iedereen de slimste zijn).

Onderpresteren in de klas

Op scholen gaat de aandacht vaak uit naar de absolute onderpresteerders. Relatief onderpresteren wordt als een luxeprobleem gezien. Als je goede cijfers haalt op het VWO dan is er toch niets aan de hand? Dat is op zich begrijpelijk, maar doet geen recht aan de kinderen die hier last van hebben. Zij leren niet wat het is om hard te werken en te presteren en wat de voordelen daarvan zijn. Dat kan funest zijn voor de motivatie van deze kinderen, waardoor ze uiteindelijk afzakken naar het niveau van absoluut onderpresteren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij kinderen die eerst drie klassen overslaan en daarna twee keer blijven zitten. Het is daarom belangrijk om beide vormen van onderpresteren tijdig te signaleren en daar adequaat op te handelen.

Door: Ellen Sinot

 

De meest uitdagende apps

BELGRADE, SERBIA - FEBRUARY 04, 2014: Popular social media icons on smart phone screenBijna iedereen heeft tegenwoordig wel een smartphone of tablet. Dat biedt allerlei mogelijkheden voor zakelijk gebruik, voor het onderwijs en voor het spelen van spelletjes. Met de juiste apps staan deze devices garant voor urenlang vermaak. Maar wat zijn de leukste en meest uitdagende apps? Een selectie:

Demessify

Demessify is een leuke en behoorlijk pittige puzzel-app voor de ipad. Een level bestaat uit een aantal bolletjes die met elkaar verbonden zijn door middel van rekbare draden. Dit alles zit volkomen in de war en het is aan de speler om orde te scheppen in de chaos en alles uit elkaar te halen. Klinkt misschien makkelijk, maar het valt behoorlijk tegen. De ronddraaiende camera en 3d-view zijn dan ook geen overbodige luxe.

Device 6

Je wordt wakker in een donkere kamer en hebt geen idee waar je bent. Wanneer je op ontdekking gaat, blijk je op een verlaten eiland te zijn beland. Je hebt geen idee wat je hier doet en herinnert je alleen vaag een pop. Je weet wel dat je maar één doel hebt: ontsnappen. Dit is in het kort het thema van het spel Device 6, dat beschikbaar is voor zowel IOS als Android. Het is een bijzondere combinatie tussen literatuur en game. Je leest het als een e-book, maar terwijl je door het verhaal scrolt, loop je ook door het landschap heen. Je kunt jezelf dus zomaar een trap op, of hoekje om lezen. Het verhaal heb je vervolgens nodig om de interactieve puzzels die je tegenkomt op te lossen. Let op: je moet wel goed Engels kunnen lezen en verstaan om dit spel te kunnen spelen. Device 6 is alleen verkrijgbaar voor IOS-gebruikers en kost €3,59.

Cryptica

Het enige wat je in Cryptica hoeft te doen is het verschuiven van wat stenen blokken. Elk blok moet naar de juiste plaats geschoven worden. Klinkt makkelijk? Vergis je niet! Zodra je één blok verschuift, schuiven alle andere blokken in dezelfde richting mee. Het spel heeft maar liefst 120 levels, elke weer iets moeilijker dan de vorige. Als je ook nog ieder level wilt halen in het minimum aantal bewegingen, ben je zeker heel wat uren zoet! De app kost €1,79 maar er is een lite-versie beschikbaar voor wie het eerst eens wil proberen.

DOOORS

Bij DOOORS bevind je je telkens in een kamer met een deur. Het doel is de deur open te krijgen. Daarvoor moet je soms een puzzel oplossen, soms je device bewegen en soms nog iets heel anders doen. De levels worden steeds wat lastiger. Is DOOORS toch niet uitdagend genoeg voor je? Dan kun je altijd nog beginnen aan DOOORS 2, 3 en 4 of de vergelijkbare app 100 floors. Ook leuk! DOOORS is gratis en zowel voor IOS als Android beschikbaar.

Cloudy

Ook Cloudy is een spel dat makkelijk klinkt, maar ingewikkelder is dan het lijkt. Doel van het spel is een papieren vliegtuigje van A naar B te krijgen. Onderweg moet je hindernissen zoals donderwolkjes vermijden en alle sterren zien te verzamelen. Als je er één mist, moet je het level meteen opnieuw beginnen. Gelukkig is de animatiesnelheid vrij hoog en kun je snel weer een nieuwe poging doen. En geloof me: voor sommige levels heb je heel wat pogingen nodig! Cloudy is gratis, maar helaas alleen beschikbaar voor Android.

Door: Ellen Sinot

Hiaten: zwarte gaten in mijn hoofd

Long Tang Table
Jonas' Design / Foter / CC BY-NC-ND

Ik weet het nog goed. De eerste dag in groep vijf. Juf schrijft op het bord:
6…
12…
18…
24…
30…

Tafeltjes

De oplettende lezer herkent hierin natuurlijk onmiddellijk de tafel van zes. Ik was 7, had net een klas overgeslagen en geen flauw idee wat de juf op het bord schreef. Een tafel? Ja, die hebben wij een in de keuken, maar wat dat met getallen te maken heeft? Voor mij was het volkomen onbegrijpelijk. Het wiskundige begrip ‘tafel’ en de tafels 1 tot en met 5 worden namelijk in groep 4 behandeld. En die had ik nou juist gemist. We kunnen dus wel stellen dat er een behoorlijke hiaat in mijn kennis van het rekenen zat. Ongetwijfeld waren er nog meer zwarte gaten, maar die zijn mij nooit zo duidelijk opgevallen als toen.

Gelukkig wist mijn juf natuurlijk dat ik net een klas had overgeslagen. Ze nam even de tijd om het met me door te nemen en binnen niet al te lange tijd zat ik weer helemaal op een gelijk niveau met mijn klasgenoten. Zo’n hiaat is helemaal geen probleem. Het is van tevoren ingecalculeerd, iedereen is op de hoogte van het (mogelijke) bestaan van het hiaat en weet hoe hij daar op in moet spelen. Geen enkele reden om je zorgen te maken.

Het wiel uitvinden

Dit is niet het enige moment geweest dat ik hiaten heb ervaren. Ook op de middelbare school heb ik hier ruime ervaring mee op mogen doen. In eerste instantie ging het VWO me redelijk gemakkelijk af. Vanaf de vierde klas ging ik, gesteund door de puberteit, steeds minder huiswerk maken. Gewoon eens kijken of dat gaat. En dat ging. Zo stak ik steeds minder moeite in mijn huiswerk en leerde ik steeds minder voor mijn toetsen. Was dat erg? Ik haalde geen achten meer, nee. Maar voldoendes had ik doorgaans nog wel. Zeker bij scheikunde kon ik goed een voldoende halen zonder al te veel te leren. Binas erbij, een beetje handig zijn met de index en ter plekke het wiel uitvinden. Meestal was dat net genoeg voor een zes. In de vierde en vijfde klas was dit een prima strategie.

Het ging pas mis toen ik in de zesde kwam. Op een goede dag kwam er een hoofdstuk waar allerlei voorkennis voor nodig was. De dingen die daar in het boek stonden, konden wat mij betreft net willekeurige combinaties letters zijn. Ik had echt geen idee waar dit over ging. Toen ik – iets te hard – aan een vriendin vroeg wanneer we dit in hemelsnaam gehad hadden, kreeg ik van mijn docent medegedeeld dat het hier vorig jaar toch wel twee hoofdstukken over gegaan was. Ik had het volkomen gemist. Gelukkig kwam de wake-up call nog op tijd en heb ik de hiaten in mijn kennis op tijd voor de eindexamens gedicht. Maar toch…

Dit is wat hiaten betreft dus een heel andere situatie. Ik had helemaal niet door dat er zo’n grote gaten in mijn kennis zouden ontstaan, had er niet bewust voor gekozen. Mijn docent had het ook niet door: het jaar ervoor haalde ik immers prima cijfers. Niemand wist hoe weinig ik eigenlijk van het vak begreep, tot ik echt keihard door de mand viel. Bij mij kwam het gelukkig op tijd goed, maar als hiaten niet tijdig gesignaleerd en gedicht worden, kunnen er problemen ontstaan. Als docent is het daarom belangrijk om goed in de gaten te houden of een leerling daadwerkelijk snapt wat hij opschrijft. Ook al scoort een leerling voldoende: laat je niet voor de gek houden!

Door: Ellen Sinot

De zelfsturende autonome leerling

Al in 1988 stelden onderzoekers George Betts en Maureen Neihart zes profielen op voor het herkennen en begeleiden van hoogbegaafde leerlingen. In 2010 zijn de profielen vernieuwd, zodat ze ook nu nog bruikbaar zijn in onderwijs en opvoeding. We bespreken alle types en geven praktische tips. In deze blog: de zelfsturende autonome leerling.

Het zesde type is de ‘zelfsturende autonome leerling’. Deze kinderen hebben iets belangrijks gemeen met de aangepaste succesvolle leerling: ze weten hoe ze het schoolsysteem effectief moeten doorlopen. Het grootste verschil zit in de manier waarop. Waar de aangepast succesvolle leerling zijn best doet om zo mín mogelijk uit te voeren, gebruikt de zelfsturende autonome leerling het systeem om nieuwe kansen te creëren en dingen te leren.

Deze leerlingen hebben een sterk en positief zelf-concept. Ze weten wat ze kunnen, werken zelfstandig en stellen eigen doelen. Faalangst? Nee hoor, deze leerlingen durven te leren. Ook met de sociale vaardigheden zit het wel snor, dit type wordt vaak bewonderd en geaccepteerd. Op het eerste gezicht lijkt dit de ideale leerling en – laten we eerlijk zijn – dat is ook zo. Dat betekent niet dat je als ouder en leerkracht rustig achterover kunt leunen. Ook dit kind heeft begeleiding nodig.

Hoe herken je een zelfsturend autonome leerling?

  • Goede prestaties op school.
  • Succesvol in verschillende contexten
  • Relaties met klasgenoten zijn doorgaans positief
  • Verantwoordelijk en capabel

Tips voor ouders:

  • Betrek je kind bij je eigen passies.
    Ben je gek op tuinieren, dan kun je je kind vragen daarbij te helpen. Later kun je je kind dan bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid over een eigen kruidentuintje geven.
  • Neem beperkingen op het gebied van tijd en ruimte weg.
    Bespeelt je zoon of dochter graag een instrument? Zorg dan dat daar een goede plek voor is (waar het kind niet gestoord wordt door bijvoorbeeld broertjes en zusjes).
  • Sta vrienden toe van alle leeftijden
    Heeft je kind een goede klik met iemand die een paar jaar ouder is? Maak je daar dan niet meteen zorgen over, maar sta de vriendschap toe. Mocht het echt een creep zijn dan kun je altijd nog ingrijpen!
  • Laat je niet misleiden
  • Je zoon/dochter is misschien zelfstandig, maar dat betekent niet dat hij/zij alles zelf kan. Laat je niet misleiden en ondersteun je kind waar nodig, zowel op school als bij clubs en verenigingen.

Tips voor leerkrachten:

  • Maak compacten mogelijk
    Geef een leerling die sneller door de stof kan de kans om dat ook daadwerkelijk te doen. Het kan zelfs zo zijn dat een leerling de stof al beheerst vóór deze voor het eerst ter sprake komt. Eventueel kun je vooraf een toets afnemen om te kijken wat de leerling al beheerst en waar nog hiaten zitten. Daar kun je je dan in het vervolg op richten.
  • Zorg voor verrijking
    Let op dat goede verrijking niet voor iedere leerling hetzelfde is. Houd daar dus rekening mee bij het beschikbaar maken van verrijkingsmateriaal. Leerling A wil misschien heel graag diep op het lesonderwerp induiken, terwijl leerling B graag een heel nieuw onderwerp aanboort. En voor leerling C is praktisch aan de slag gaan juist weer goed.
  • Maak van schoolregels geen breekpunt
    Stel: de regel is dat leerlingen 3 uur engels volgen per week. Jouw leerling heeft eigenlijk aan één uur genoeg en wil heel graag aan een extra project werken. Geef hem/haar dan de kans om te werken aan de eigen passie/het zelfgestelde leerdoel. Wil een leerling graag 3 extra vakken doen, maar is 2 de norm? Kijk naar de mogelijkheden in plaats van naar de moeilijkheden. Lees hier mijn eigen ervaring hiermee.

Door: Ellen Sinot

Lees ook onze blogs over de andere types hoogbegaafden:

De dubbel bijzondere leerling

Dubbel bijzondere leerlingAl in 1988 stelden onderzoekers George Betts en Maureen Neihart zes profielen op voor het herkennen en begeleiden van hoogbegaafde leerlingen. In 2010 zijn de profielen vernieuwd, zodat ze ook nu nog bruikbaar zijn in onderwijs en opvoeding. We bespreken alle types en geven praktische tips. In deze blog: de dubbel bijzondere leerling.

Het vijfde type dat in het onderzoek naar voren kwam is de dubbel bijzondere leerling. Deze kinderen zijn niet alleen hoogbegaafd, maar hebben daarnaast ook een tweede etiket, zoals ADHD of een stoornis in het autistisch spectrum. Daardoor kan het moeilijk zijn om dit kind als hoogbegaafd te herkennen. Het kind kan chaotisch werken en gemiddeld of zelfs minder dan gemiddeld presteren. Maar ook het omgekeerde kan het geval zijn: de hoogbegaafdheid compenseert voor leer- of gedragsproblemen die een kind kan hebben. Het risico bestaat dat het kind niet op de juiste manier begeleid wordt, omdat de focus wordt gelegd op de leer- of gedragsproblemen en niet op de hoogbegaafdheid.

Hoe herken je een dubbel bijzondere leerling?

  • Lijkt veel structuur nodig te hebben.
  • Heeft aanpassingen nodig.
  • Wordt vaak als vreemd gezien.
  • Kan soms met behulp van een prestatietest herkend worden (let wel op: kijk vooral naar de lange termijn, omdat de resultaten van deze leerlingen vaak niet consistent zijn.)

Tips voor ouders:

  • Focus op de sterke kanten van je kind.
  • Help je kind om te compenseren voor zijn zwakke kanten. Thuis op een leuke manier wat extra oefenen met bepaalde struikelblokken – zowel sociaal als cognitief – kan zinvol zijn. Maar zorg wel dat de focus niet komt te liggen op wat je kind allemaal níet kan.
  • Bemiddel op school.
  • Help je kind met het stellen (en bereiken) van realistische doelen. Misschien zit een tien voor rekenen er niet in vanwege een concentratiestoornis, maar bekijk dan wat wél haalbaar is en help je kind bij het bereiken van die doelen.

Tips voor leerkrachten:

  • Focus op de sterke kanten van het kind.
  • Help het kind met zijn leerproblemen en zorg eventueel voor voorzieningen. Dat kan zo eenvoudig zijn als extra tijd bij het maken van een toets of een vergroting voor kinderen met dyslectie.
  • Geef het kind tijd om met gelijken door te brengen.
  • Help de leerling met het stellen van doelen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de SMART-methode.

Door: Ellen Sinot

Lees ook onze blogs over de andere types hoogbegaafden:

 

De risicoleerling

risicoleerlingAl in 1988 stelden onderzoekers George Betts en Maureen Neihart zes profielen op voor het herkennen en begeleiden van hoogbegaafde leerlingen. In 2010 zijn de profielen vernieuwd, zodat ze ook nu nog bruikbaar zijn in onderwijs en opvoeding. We bespreken alle types en geven praktische tips. In deze blog: de risicoleerling.

De risicoleerling is het vierde type leerling dat Betts en Neihart gevonden hebben. Het is een leerling die voor een docent bijna niet te missen is. Dit kind is boos op volwassenen omdat het zijn plek niet vindt binnen het systeem. Hij wordt daarom ook wel eens de drop-out genoemd. Zijn interesses liggen buiten het reguliere curriculum en hij is ongemotiveerd als het om schoolwerk gaat. De meeste kinderen van dit type vind je in het voortgezet onderwijs. Maar let op: hoewel het zeldzaam is, komen deze kinderen ook in het basisonderwijs voor.

Het is lastig om een risicoleerling als hoogbegaafde te herkennen. Boosheid en weinig zelfvertrouwen maken het voor dit kind lastig om tot zijn recht te komen. Het is een absolute onderpresteerder en is niet betrokken bij het onderwijs. De risicoleerling is er op school niet echt bij en komt in sommige gevallen niet meer, of onregelmatig, naar school.

Hoe herken je een risicoleerling?

  • Prestaties buiten school
  • Opstandig
  • Wordt vaak gezien als onverantwoordelijk
  • Non-verbale deeltests bij een intelligentietest of een creativiteitstest geven wel vaak blijk van talent.

Tips voor ouders:

  • Investeer in een goede relatie met je kind. Zorg dat je niet de vijand wordt. Je kind heeft steun nodig en als het zich tegen je afzet is de kans bepaald niet groter dat hij/zij weer (actiever) deel gaat nemen aan het onderwijs.
  • Let op of eventueel onverantwoordelijk gedrag ook gevaarlijk is. Geef in dat geval duidelijk de grenzen aan en zoek hulp als dat nodig is. Spijbelen is weliswaar problematisch, maar niet gevaarlijk. Tenzij je kind de extra tijd doorbrengt met foute vrienden of in aanraking komt met drugs.
  • Blijf vertrouwen hebben in je kind en in zijn talenten. Zorg dat je kind dit weet.

Tips voor leerkrachten:

  • Heb vertrouwen in je leerling, laat weten wat je van de leerling verwacht en hou daaraan vast. Dit kind moet weer zelfvertrouwen ontwikkelen. Dat gaat niet lukken als je als leerkracht telkens je verwachtingen naar beneden bijstelt. Het kind denkt dan al snel: o, ik ben hier dus niet slim genoeg voor.
  • Bied de leerling mogelijkheden om niet traditionele studievaardigheden op te doen.
  • Stimuleer leerervaringen buiten de schoolsituatie.
  • Als het binnen het regulier onderwijs niet werkt, zoek dan naar andere mogelijkheden, zoals volwassenenonderwijs (vavo). Je helpt een leerling niet door hem koste wat het kost in het regulier onderwijs te willen houden als hij systematisch weigert actief deel te nemen aan het onderwijs. Een nieuwe situatie of een ander tempo kan net genoeg helpen om het kind uiteindelijk toch naar een diploma te begeleiden.

 

Door: Ellen Sinot

Lees ook onze blogs over de andere types hoogbegaafden:

De onderduikende leerling

Onderduikende leerlingAl in 1988 stelden onderzoekers George Betts en Maureen Neihart zes profielen op voor het herkennen en begeleiden van hoogbegaafde leerlingen. In 2010 zijn de profielen vernieuwd, zodat ze ook nu nog bruikbaar zijn in onderwijs en opvoeding. We bespreken alle types en geven praktische tips. In deze blog: de onderduikende leerling.

Het derde type dat Betts en Neihart onderscheiden is de onderduikende leerling. De naam zegt het al: deze leerling vind je niet zomaar. Op jonge leeftijd zie je dit type nog niet zo veel. Pas in de loop van de basisschool ontwikkelen met name meisjes zich tot onderduikend. Het wordt voor het kind steeds belangrijker om erbij te horen. Daarom past het kind zich aan aan de peergroup, die vaak een beduidend lager niveau heeft. Dit kan een radicale verandering in gedrag en prestaties van het kind tot gevolg hebben.

Een onderduikend kind doet echt alles om niet op te vallen. Sociaal geaccepteerd zijn én goed presteren? Totaal onmogelijk, als je dit kind moet geloven. De onderduiker vindt het moeilijk haar plek te vinden en heeft wisselende vriendschappen. Zoveel moeite doen om je aan te passen is niet goed. De onderduiker heeft daarom vaak last van psychosomatische klachten, zoals hoofdpijn en buikpijn.

Hoe herken je een onderduikende leerling?

  • Gaat uitdagingen uit de weg
  • Wordt doorgaans gezien als meegaand
  • Rustig of verlegen
  • Scoort hoog op test voor creativiteit en non-verbale intelligentie
  • Onzeker

Tips voor ouders:

  • Vergelijk je kind niet met broers, zussen of anderen in de omgeving. Benadruk dat iedereen mag zijn wie hij is en wil zijn. Dat geldt dus óók voor jouw kind.
  • Ben zelf een rolmodel voor leven-lang-leren. Laat zien dat iedereen, van jong tot oud, kan leren en dat dat ook iets goeds is.
  • Help je kind te handelen vanuit zichzelf. Hij hoeft niet op alle anderen te lijken, maar mag handelen vanuit zijn eigen wensen en vertrouwen op zijn eigen gevoelens.

Tips voor leerkrachten:

  • Herken de leerling en zorg dat deze op de juiste plek terechtkomt. Het is daarbij belangrijk om goed te observeren. Bij een gewone toets komt deze leerling niet snel bovendrijven. Overleg met ouders kan helpen: soms laat het kind thuis nog wel zien wat hij kan. Het is ook zinvol om te kijken naar het verleden: behaalde het kind toen wél goede prestaties? Verder kunnen terloopse situaties, zoals een toevallig gesprek, een signaal geven van talent en mogelijkheden.
    Let op: de juiste plek voor deze leerling is niet per se een begaafdenklasje. Als je hem te veel uitdaagt creëert dat afstand tussen de leerling en degenen die hem kunnen helpen. Zorg voor alternatieven terwijl de leerling de transitie doormaakt en accepteer hem intussen zoals hij nu is.
  • Bied rolmodellen. Zo kan de leerling zien dat het mensen goed doet om te leren en te groeien én dat zij daar niet op worden aangekeken.
  • Geef de leerling de ruimte om op zijn eigen manier te leren.
  • Ondersteun de leerling bij de planning van opleidings- en beroepsmogelijkheden en geef hem hier ook informatie over. Let op dat je de leerling telkens weer eigen keuzes laat maken.

Door: Ellen Sinot

Lees ook onze blogs over de andere types hoogbegaafden:

De uitdagend creatieve leerling

clownAl in 1988 stelden onderzoekers George Betts en Maureen Neihart zes profielen op voor het herkennen en begeleiden van hoogbegaafde leerlingen. In 2010 zijn de profielen vernieuwd, zodat ze ook nu nog bruikbaar zijn in onderwijs en opvoeding. We bespreken alle types en geven praktische tips. In deze blog: de uitdagend creatieve leerling.

Het tweede type dat Betts en Neihart vonden is de uitdagend creatieve leerling. De naamgeving is veelzeggend, want deze leerlingen zijn doorgaans creatief en hebben er een handje van anderen uit te dagen. Op scholen worden ze vaak alleen herkend als er veel ervaring is met hoogbegaafdheid. Deze kinderen lijken tactloos, nemen niet zomaar iets aan, zijn eerlijk en direct. Soms een beetje té direct. Een uitdagend creatieve leerling is allesbehalve conformistisch en weet niet hoe hij het systeem in zijn voordeel kan gebruiken. Daarom krijgt hij vaak weinig erkenning voor zijn werk. Dit kan leiden tot frustratie en een laag zelfbeeld.

Als dit kind zich verveelt op school zal hij dat laten merken ook. Deze leerling is soms de clown van de klas en houdt de leerkracht en medeleerlingen actief bezig. Leerkrachten hebben hun handen vol aan een uitdagend creatief kind. Kinderen die dergelijk gedrag vertonen op de basisschool hebben een groter risico om zich later te ontwikkelen tot een risicoleerling of drop-out.

Hoe herken je een uitdagend creatieve leerling?

  • Wordt door medeleerlingen gezien als grappig en onderhoudend.
  • Opstandig
  • Problemen met autoriteit
  • Moeite met discipline
  • Creativiteit (dit kan getest worden, maar ook naar voren komen in een gesprek)

Tips voor ouders:

  • Respecteer de doelen die je kind zichzelf stelt. Wil je kind liever de ultieme boomhut met twee verdiepingen bouwen dan rekenen? Dan is het misschien helemaal niet zo slecht om dat mogelijk te maken. En met een beetje geluk moet er ook voor dat doel toch nog wat gerekend worden J
  • Geef je kind de kans zijn eigen interesses of passies na te streven. Is dat sterrenkunde en niet dicteewoorden? Respecteer dat.
  • Laat je kind merken dat je vertrouwen hebt in zijn mogelijkheden.
  • Doe gewenst gedrag voor.

Tips voor leerkrachten:

  • Beloon nieuwe invalshoeken en anders denken. Hiervoor moet je soms doorvragen. Een kleuter die een vrijwel onherkenbaar mannetje tekent? Het kan zomaar dat dit kind graag een bovenaanzicht wilde tekenen in plaats van een vooraanzicht. Het kind moet weten dat het oké is om iets op een andere manier te bekijken.
  • Communiceer duidelijk en direct.
  • Sta toe dat de leerling non-conformistisch gedrag vertoont. Natuurlijk zijn er grenzen en regels in een klas waar alle leerlingen zich aan moeten houden. Maar voel je niet meteen bedreigd als dit kind je autoriteit in twijfel trekt.

Door: Ellen Sinot

Lees ook onze blogs over de andere types hoogbegaafden:

 

De aangepaste succesvolle leerling

aangepaste succesvolle leerlingAl in 1988 stelden onderzoekers George Betts en Maureen Neihart zes profielen op voor het herkennen en begeleiden van hoogbegaafde leerlingen. In 2010 zijn de profielen vernieuwd, zodat ze ook nu nog bruikbaar zijn in onderwijs en opvoeding. We bespreken alle types en geven praktische tips. In deze blog: de aangepaste succesvolle leerling.

Het eerste type dat Betts en Neihart bespreken is de aangepaste succesvolle leerling. Dit is niet voor niets type 1: een groot deel van de kinderen waarvan bekend is dat ze hoogbegaafd zijn behoort tot dit type. Mogelijk gaat het zelfs om 90% van deze leerlingen. Een aangepaste succesvolle leerling behaalt goede prestaties en op het oog is er weinig mis. Maar de resultaten die de leerling haalt passen niet bij het eigen vermogen: de leerling presteert relatief onder.

Het kind is perfectionistisch en op zoek naar bevestiging. Risico wordt vermeden en voldoen aan verwachtingen van anderen is een belangrijk doel. De aangepaste succesvolle leerling snapt het systeem. Hij weet precies wat hij moet doen om thuis en op school met minimale moeite maximaal resultaat te behalen. Toch mist dit kind belangrijke vaardigheden en leert hij geen houding van autonomie aan. Geef je dit kind iets wat hij nog niet kan? Stimuleer hem dan om hiermee om te gaan. Zo voorkom je de ontwikkeling van onderduikgedrag en faalangst.

Hoe herken je een aangepaste succesvolle leerling?

  • Hoge scores op een individuele intelligentietest
  • Perfectionistisch
  • Steeds op zoek naar bevestiging van de leerkracht
  • Stelt zich afhankelijk op van leerkrachten en ouders

Tips voor ouders:

  • Stimuleer je kind om nieuwe, risicovolle ervaringen op te doen. Dat kan van alles zijn: meedoen aan een wedstrijd, een boomhut bouwen, iets moeilijks leren… Als je kind het maar niet tot in de puntjes beheerst.
  • Gaat je kind op een goede manier met een uitdaging om? Benoem dit dan en complimenteer hem/haar hiermee.
  • Geef je kind de ruimte om zijn eigen keuzes te maken. Wees niet te voorzichtig of bang, durf je kind los te laten. Sta niet toe dat je zoon of dochter ervan uitgaat dat jij alles voor ze oplost. Keuzes kunnen maken is een belangrijke vaardigheid, waar hij/zij de rest van zijn/haar leven wat aan heeft.

Tips voor leerkrachten:

  • Help de leerling met het ontwikkelen van een growth mindset.
  • Zorg voor leerstof of werkvormen die de leerling uitdagen om uit zijn comfort zone te komen. Vindt de leerling presenteren een eitje? Laat hem dan eens een Pecha Kucha doen. Is de (basisschool)leerling taalvaardig? Dan is een taalopdracht waarbij zelf iets gecreëerd moet worden geschikt. Zorg er dan wel voor dat de leerling zich er niet weer gemakkelijk vanaf kan maken. Bijvoorbeeld: nieuwe woorden maken die beginnen met kleuren (geelzucht, groenbeheer etc.)
  • Geef de kans om sneller door het curriculum te gaan. Dat kan onder andere met behulp van vooraf toetsen.
  • Geef tijd om samen te werken met klasgenoten. Let erop dat de niveauverschillen tussen de kinderen niet te groot worden.

Door: Ellen Sinot

Lees ook onze blogs over de andere types hoogbegaafden: