info@hbeter.nl

Onderwijs

Schoolregels? Nergens voor nodig!

Januari 2007


Ik zit in de derde klas van de middelbare school en het eerste grote kiesmoment is aangebroken: het vakkenpakket. Hierover heb ik een gesprekje met onze decaan. Wat mijn plannen zijn? Nou, ik wil graag een Natuur&Gezondheid profiel. Als taal kies ik Frans, of nee Duits… Eigenlijk wil ik graag beide talen doen. In de vierde is dat bij ons sowieso verplicht, dus dit is een probleem voor later. Toch is er ook nu al een probleem: ik wil graag economie én management & organisatie in de vrije ruimte doen. Dat is volgens de decaan nergens voor nodig. Het is te druk, past niet in het rooster en het is sowieso niet zinvol. Meer dan twee extra vakken? Dat wil er op school niet in. Maar ik houd vol, want dit wil ik echt heel graag…

Mei 2007

Ik heb voet bij stuk gehouden, maar dat de decaan het er nog niet mee eens is merk ik vandaag. De stagiaire haalt me uit de klas om het hier nog eens over te hebben. Wat ik dan van plan ben? Nou, dat heb ik dus al gezegd: economie én management & organisatie in de vrije ruimte. “Dat past niet in het rooster.” O, nou. Ik vind het prima als ik een uurtje minder kan volgen, daar kom ik wel uit. “De vakken lijken op elkaar, dus het is niet nodig.” Dat snap ik, maar ik vind ze allebei interessant en precies hetzelfde zijn ze heus niet. Het verzet wordt gestaakt en ik ga inderdaad beide vakken doen. Blijken die regels tóch buigzaam.

April 2009

Ik ben het beu op school. Echt, helemaal beu. Het is saai en ik doe liever een ander profiel. Geen goed idee, volgens mijn moeder. Maar misschien kan ik die andere vakken er gewoon bij doen? Hmm, ja! Mijn mentor neemt het voor me op en als ik naar mijn decaan (een andere) ga vindt hij het een goed idee. Die drie vakken extra, die zet hij meteen even in het systeem. En trouwens: “We hebben het er wel eens over gehad dat je misschien wat extra uitdaging nodig had, ik ben blij dat je dat nu gaat doen”. Fijn, ze raken aan mijn gekkigheden gewend.

September 2010

Het nieuwe schooljaar begint en ik word uitgenodigd op de kamer van de jaarlaagcoördinator. Daar krijg ik het rooster van alle zesde klassen in mijn handen gedrukt. Ik mag mijn rooster grotendeels zelf samenstellen! Er zijn wel een paar randvoorwaarden aan verbonden:

  • Ieder vak ten minste één uur in de week volgen, om contact met de docent te houden
  • Net zoveel uren op school doorbrengen als de andere leerlingen
  • Drie extra studie-uren inplannen, maar niet in een eerste of laatste uur

Dit was het mooiste wat mij in mijn middelbare schooltijd is overkomen. De vrijheid om mijn eigen leren te reguleren. De verantwoordelijkheid om zélf te besluiten of ik veel of weinig uren van een vak nodig had. De docenten die mij allemaal serieus namen en constructief naar oplossingen zochten als er bijvoorbeeld toetsen samenvielen. En mijn cijfers? Die stegen van een krappe zeven naar een acht gemiddeld.

Die schoolregels waren dus echt nergens voor nodig!

Door: Ellen Sinot

Absoluut vs. relatief onderpresteren

absoluut vs relatief onderpresterenEen onderpresteerder: iedereen heeft er wel een beeld bij. Het is dat ene kind dat altijd onvoldoendes haalt, maar waarvan je wéét dat hij eigenlijk beter kan. Maar er zijn ook kinderen die onderpresteren zonder dat we dat meteen merken, omdat ze niet aan het klassieke plaatje in ons hoofd voldoen. Om te begrijpen waarom zo’n grote groep onderpresteerders niet gezien wordt, is het goed om te kijken naar de twee grondvormen van onderpresteren.

Absoluut onderpresteren

Een kind dat absoluut onderpresteert, doet het zonder twijfel slecht op school. De resultaten die het kind behaalt liggen qua niveau aan de onderkant van de klas of leeftijdsgroep. Wie zo’n kind tegenkomt in de klas is al snel alert: waar komen de slechte resultaten vandaan? Kan dit kind niet méér? De enige echte valkuil bij het herkennen van absolute onderpresteerders is dat je niet in de gaten hebt dat een kind tot meer in staat is dan het laat zien. Voor leerkrachten zijn de ouders daarom een waardevolle bron van informatie. Zij zien het kind immers ook buiten de schoolsetting en zijn daarom beter in staat om in te schatten of het kind onderpresteert op school.

Relatief onderpresteren

Relatief onderpresteren is veel lastiger te herkennen. Met de prestaties van een relatieve onderpresteerder is namelijk niet zoveel mis. Ze behalen cijfers die rond het gemiddelde van de klas liggen of zelfs een stuk daarboven. Het kind presteert dus niet zozeer minder dan andere kinderen, maar alleen minder dan waar het toe in staat is. Zelfs een kind dat alleen maar tienen scoort kan dus toch een relatieve onderpresteerder blijken, als het niet op een juist niveau getoetst wordt.

Stel je voor dat je een rekentoets moest maken: optellen en aftrekken tot 20. 1+1=? 16-5=? 8+3=? Daar behaal je ongetwijfeld de maximale score. Maar toch presteer je niet op je eigen niveau.

Kinderen die relatief onderpresteren zijn lastiger te herkennen. Jongens willen nog wel eens uit verveling storend gedrag vertonen, waardoor ze eruit gepikt worden. Meisjes zijn vaak wat dromiger of verlegen en worden daarom niet opgemerkt. Als leerkracht is het al snel makkelijk om te denken dat het kind gewoon geen hoogvlieger is (per slot van rekening kan niet iedereen de slimste zijn).

Onderpresteren in de klas

Op scholen gaat de aandacht vaak uit naar de absolute onderpresteerders. Relatief onderpresteren wordt als een luxeprobleem gezien. Als je goede cijfers haalt op het VWO dan is er toch niets aan de hand? Dat is op zich begrijpelijk, maar doet geen recht aan de kinderen die hier last van hebben. Zij leren niet wat het is om hard te werken en te presteren en wat de voordelen daarvan zijn. Dat kan funest zijn voor de motivatie van deze kinderen, waardoor ze uiteindelijk afzakken naar het niveau van absoluut onderpresteren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij kinderen die eerst drie klassen overslaan en daarna twee keer blijven zitten. Het is daarom belangrijk om beide vormen van onderpresteren tijdig te signaleren en daar adequaat op te handelen.

Door: Ellen Sinot

 

Hiaten: zwarte gaten in mijn hoofd

Long Tang Table
Jonas' Design / Foter / CC BY-NC-ND

Ik weet het nog goed. De eerste dag in groep vijf. Juf schrijft op het bord:
6…
12…
18…
24…
30…

Tafeltjes

De oplettende lezer herkent hierin natuurlijk onmiddellijk de tafel van zes. Ik was 7, had net een klas overgeslagen en geen flauw idee wat de juf op het bord schreef. Een tafel? Ja, die hebben wij een in de keuken, maar wat dat met getallen te maken heeft? Voor mij was het volkomen onbegrijpelijk. Het wiskundige begrip ‘tafel’ en de tafels 1 tot en met 5 worden namelijk in groep 4 behandeld. En die had ik nou juist gemist. We kunnen dus wel stellen dat er een behoorlijke hiaat in mijn kennis van het rekenen zat. Ongetwijfeld waren er nog meer zwarte gaten, maar die zijn mij nooit zo duidelijk opgevallen als toen.

Gelukkig wist mijn juf natuurlijk dat ik net een klas had overgeslagen. Ze nam even de tijd om het met me door te nemen en binnen niet al te lange tijd zat ik weer helemaal op een gelijk niveau met mijn klasgenoten. Zo’n hiaat is helemaal geen probleem. Het is van tevoren ingecalculeerd, iedereen is op de hoogte van het (mogelijke) bestaan van het hiaat en weet hoe hij daar op in moet spelen. Geen enkele reden om je zorgen te maken.

Het wiel uitvinden

Dit is niet het enige moment geweest dat ik hiaten heb ervaren. Ook op de middelbare school heb ik hier ruime ervaring mee op mogen doen. In eerste instantie ging het VWO me redelijk gemakkelijk af. Vanaf de vierde klas ging ik, gesteund door de puberteit, steeds minder huiswerk maken. Gewoon eens kijken of dat gaat. En dat ging. Zo stak ik steeds minder moeite in mijn huiswerk en leerde ik steeds minder voor mijn toetsen. Was dat erg? Ik haalde geen achten meer, nee. Maar voldoendes had ik doorgaans nog wel. Zeker bij scheikunde kon ik goed een voldoende halen zonder al te veel te leren. Binas erbij, een beetje handig zijn met de index en ter plekke het wiel uitvinden. Meestal was dat net genoeg voor een zes. In de vierde en vijfde klas was dit een prima strategie.

Het ging pas mis toen ik in de zesde kwam. Op een goede dag kwam er een hoofdstuk waar allerlei voorkennis voor nodig was. De dingen die daar in het boek stonden, konden wat mij betreft net willekeurige combinaties letters zijn. Ik had echt geen idee waar dit over ging. Toen ik – iets te hard – aan een vriendin vroeg wanneer we dit in hemelsnaam gehad hadden, kreeg ik van mijn docent medegedeeld dat het hier vorig jaar toch wel twee hoofdstukken over gegaan was. Ik had het volkomen gemist. Gelukkig kwam de wake-up call nog op tijd en heb ik de hiaten in mijn kennis op tijd voor de eindexamens gedicht. Maar toch…

Dit is wat hiaten betreft dus een heel andere situatie. Ik had helemaal niet door dat er zo’n grote gaten in mijn kennis zouden ontstaan, had er niet bewust voor gekozen. Mijn docent had het ook niet door: het jaar ervoor haalde ik immers prima cijfers. Niemand wist hoe weinig ik eigenlijk van het vak begreep, tot ik echt keihard door de mand viel. Bij mij kwam het gelukkig op tijd goed, maar als hiaten niet tijdig gesignaleerd en gedicht worden, kunnen er problemen ontstaan. Als docent is het daarom belangrijk om goed in de gaten te houden of een leerling daadwerkelijk snapt wat hij opschrijft. Ook al scoort een leerling voldoende: laat je niet voor de gek houden!

Door: Ellen Sinot

Twee hersenhelften

breinIk heb een linker- en een rechterhersenhelft. Jij waarschijnlijk ook. Het hebben van twee hersenhelften is sowieso nogal een veelvoorkomend ding onder mensen. En die twee hersenhelften doen niet precies dezelfde dingen. Wist je bijvoorbeeld dat je de rechterkant van je brein gebruikt om de linkerkant van je lichaam te bewegen (en andersom)?

Ik hoor regelmatig mensen die in het onderwijs rekening willen houden met de verschillende functies van hersenhelften. Wil je creatieve leerlingen? Stimuleer dan de rechterhelft van het brein.Heb je juist een rationele denker nodig? Dan is de linkerhersenhelft écht wat voor jou. Het is zelfs mogelijk om er in 30 seconden achter te komen welke hersenhelft bij jou dominant is! Deze inzichten willen gebruiken in het onderwijs, dat is toch nobel?

(meer…)

Vooruit laten werken: zwaktebod?

schaakbordAf en toe komt er weer zo’n nieuweling bij de schaakclub. Jong, enthousiast en onverzadigbaar. Hij kent de regels al een beetje, maar nog niet alles. Bovendien is het seizoen al een paar maanden onderweg. Stap 1 dus. Dirk is er ook een. Dankbaar neemt hij het oefenboek in ontvangst en blij maakt hij het huiswerk – twee velletjes met oefenopgaven. En niet alleen dat: triomfantelijk levert Dirk na een week het volledig ingevulde boek bij me in, bijna foutloos.

(meer…)

Ja maar… sociaal-emotioneel is ze er niet aan toe

gamesDaar zit je dan met je kind, net getest en ze blijkt hoogbegaafd. Heel hoogbegaafd. Ze verveelt zich op school kapot. Niet dat ze het zelf in de gaten heeft, want ze doen de hele dag spelletjes en zingen liedjes. Best leuk dus. Ze staat er niet bij stil dat alles in het teken staat van de eerste woordjes leren:  vandaag ‘ik’, morgen ‘maan’, overmorgen ‘roos’ en zo verder. En dat ze thuis de krant lees voor ze naar school gaat. (meer…)

Huiswerk: doen of niet?

wanhoopHuiswerk is bron van een constante strijd tussen docenten en hun leerlingen. Docenten zeggen: “Je moet het maken. Het is belangrijk, je toekomst hangt ervan af en zonder mijn huiswerk haal je de toetsen nooit.” Leerlingen zeggen: “Saaaaai, waarom zou ik me daar nou weer mee bezig houden? Dat ga ik dus mooi niet doen.” Het probleem lijkt me duidelijk. Maar wie heeft er nou gelijk? Natuurlijk is ‘saai’ geen geweldig argument om nooit meer iets uit te voeren voor school. Maar als we kritisch kijken naar de hoeveelheid enorm belangrijk huiswerk die er op scholen wordt gegeven, dan kan daar ook wel wat vanaf. Zeker voor hoogbegaafden. (meer…)