info@hbeter.nl

Absoluut vs. relatief onderpresteren

absoluut vs relatief onderpresterenEen onderpresteerder: iedereen heeft er wel een beeld bij. Het is dat ene kind dat altijd onvoldoendes haalt, maar waarvan je wéét dat hij eigenlijk beter kan. Maar er zijn ook kinderen die onderpresteren zonder dat we dat meteen merken, omdat ze niet aan het klassieke plaatje in ons hoofd voldoen. Om te begrijpen waarom zo’n grote groep onderpresteerders niet gezien wordt, is het goed om te kijken naar de twee grondvormen van onderpresteren.

Absoluut onderpresteren

Een kind dat absoluut onderpresteert, doet het zonder twijfel slecht op school. De resultaten die het kind behaalt liggen qua niveau aan de onderkant van de klas of leeftijdsgroep. Wie zo’n kind tegenkomt in de klas is al snel alert: waar komen de slechte resultaten vandaan? Kan dit kind niet méér? De enige echte valkuil bij het herkennen van absolute onderpresteerders is dat je niet in de gaten hebt dat een kind tot meer in staat is dan het laat zien. Voor leerkrachten zijn de ouders daarom een waardevolle bron van informatie. Zij zien het kind immers ook buiten de schoolsetting en zijn daarom beter in staat om in te schatten of het kind onderpresteert op school.

Relatief onderpresteren

Relatief onderpresteren is veel lastiger te herkennen. Met de prestaties van een relatieve onderpresteerder is namelijk niet zoveel mis. Ze behalen cijfers die rond het gemiddelde van de klas liggen of zelfs een stuk daarboven. Het kind presteert dus niet zozeer minder dan andere kinderen, maar alleen minder dan waar het toe in staat is. Zelfs een kind dat alleen maar tienen scoort kan dus toch een relatieve onderpresteerder blijken, als het niet op een juist niveau getoetst wordt.

Stel je voor dat je een rekentoets moest maken: optellen en aftrekken tot 20. 1+1=? 16-5=? 8+3=? Daar behaal je ongetwijfeld de maximale score. Maar toch presteer je niet op je eigen niveau.

Kinderen die relatief onderpresteren zijn lastiger te herkennen. Jongens willen nog wel eens uit verveling storend gedrag vertonen, waardoor ze eruit gepikt worden. Meisjes zijn vaak wat dromiger of verlegen en worden daarom niet opgemerkt. Als leerkracht is het al snel makkelijk om te denken dat het kind gewoon geen hoogvlieger is (per slot van rekening kan niet iedereen de slimste zijn).

Onderpresteren in de klas

Op scholen gaat de aandacht vaak uit naar de absolute onderpresteerders. Relatief onderpresteren wordt als een luxeprobleem gezien. Als je goede cijfers haalt op het VWO dan is er toch niets aan de hand? Dat is op zich begrijpelijk, maar doet geen recht aan de kinderen die hier last van hebben. Zij leren niet wat het is om hard te werken en te presteren en wat de voordelen daarvan zijn. Dat kan funest zijn voor de motivatie van deze kinderen, waardoor ze uiteindelijk afzakken naar het niveau van absoluut onderpresteren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij kinderen die eerst drie klassen overslaan en daarna twee keer blijven zitten. Het is daarom belangrijk om beide vormen van onderpresteren tijdig te signaleren en daar adequaat op te handelen.

Door: Ellen Sinot

 

Comments are closed.